Zoeken
Recente blogs
Staart- en Maneneczeem
(Ookwel zomer dermatitis, zomerschurft, queenland-itch, sweet-itch)
De diagnose wordt gesteld op basis van het typische klinische beeld en in combinatie met de typische voorgeschiedenis.
Klinisch beeld:
Het paard heeft veel jeuk en is onrustig. Vooral schuren aan de staartbasis, manen en oren. De paarden verliezen haren op aangedane plekken en er kunnen wondjes tot zelfs heel behoorlijke wonden ontstaan.
Staart- en maneneczeem berust op een overgevoeligheidsreactie voor het speeksel van de kriebelmug Culicoides. Na beten van de muggen ontstaat jeuk aan manen en staart en gaan de dieren schuren. Door het schuren gaan de manen en staartharen dikwijls geheel verloren en ontstaan uitgebreide laesies (wondjes). De aandoening treedt vooral in de zomermaanden op bij paarden en vooral pony's ouder dan 2 jaar, die in de weide lopen. De zwermtijd van deze muggen is vooral de periode rond zonsopgang en zonsondergang. De muggen planten zich voort bij stilstaand water, eten bij zonsopgang en zonsondergang. Gaan bij voorkeur geen gebouwen in en vliegen niet tegen de wind in.
Een eenduidige therapie voor staart- en maneneczeem bestaat nog niet, therapie is vaak paardgebonden. De meeste paarden hebben baat bij een vliegendeken die alle lichaamsoppervlakken behalve de benen afdekken. Andere paarden doen het goed op alleen opstallen (laat naar buiten en vroeg naar binnen). Ook zijn er verschillende fly-repellents en homeopathische middelen op de markt die allen een wisselende werking geven.
Klinische ervaring wijst erop dat er een genetische predispositie bestaat voor het ontwikkelen van staart- en maneneczeem. Ten eerste komt de aandoening meer voor bij bepaalde rassen ( IJslanders, Fjorden, Haflingers, Shire's en Friezen).
Ten tweede lijkt de aandoening meer voor te komen binnen bepaalde families, alhoewel hier nog niet bij alle rassen aandacht aan is besteed.
Momenteel wordt er door verschillende stamboeken onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van staart- en maneneczeem binnen het ras en naar voorkomen binnen bepaalde families ( Shetlanders, Fjorden).
Reeds lange tijd tracht men te achterhalen wat nu de genetische achtergrond is voor het optreden van staart- en maneneczeem. Enkele onderzoekers observeerden een verhoogd voorkomen binnen bepaalde families, die sterker verbonden was met de merrie dan met de hengst. De huidige opvatting hierover is dat dit verschil veroorzaakt wordt door het feit dat het veulen vaak bij of in de buurt van de merrie verblijft (waar dan dus de vliegjes voorkomen). Aangedane paarden blijken vaker een ouder of grootouder te hebben met staart- en maneneczeem .
Adviezen voor de eigenaar:
Staart- en maneneczeem is een ernstig ongemak voor paard en eigenaar. Aangezien er aanwijzingen zijn dat er een erfelijke predispositie bestaat , dient dit in overweging genomen te worden bij de beslissing van de eigenaar of hij een veulen wil fokken met deze merrie. Het is echter niet mogelijk om aan te geven hoe groot de kans is dat het veulen staart- en maneneczeem zal hebben, al zal die kans hoger zijn dan gemiddeld.
Verder kunnen er de volgende maatregelen genomen worden :
- het opstallen van het paard gedurende de periode dat de vliegjes actief zijn, dus zonsopgang en zonsondergang
- beschermende dekens
- beschermde, vliegenwerende spray's en/of olieen.
- weidebeheer (geen natte weide, of sloten)
- in ernstige gevallen kan overgegaan worden op medicatie, maak hiervoor eerst een afspraak met uw paardendierenarts voor een algemene controle voor aanvang van medicatie
